Lotte van Dongen

Mijn blog

“…waren het waard.”

Vorige week beschreef ik in “De voorbereidingen…” over het college dat ik samen met mijn groep voor het vak Mediawijsheid zou gaan geven. Het college zou moeten passen bij onderwijs 3.0 en mocht door ons zelf worden ingevuld. Tijdens andere gegeven colleges merkte ik dat ikzelf en ook anderen het gevoel hadden dat de colleges enkel tijdvullend waren en geen bijdrage hadden aan het idee dat je daadwerkelijk ook echt iets geleerd zou hebben. In onder andere mijn andere blog Waar gaat het fout? beschrijf ik waarom het belangrijk is dat je aan de verwachtingen van je studenten voldoet. De studenten hebben dan het idee dat zij iets geleerd hebben, dat kan zijn op het gebied van kennis, inzicht, vaardigheden of houding zijn. Wat uiteindelijk leidt dat zij met een tevreden gevoel naar huis gaan. Zou voldoen aan de verwachtingen van je studenten een criteria kunnen zijn om onderwijs 3.0 te laten slagen? Ik zocht dit uit door de verwachtingen toe te passen in ons gegeven college.

In mijn blog van vorige week “De voorbereidingen…” omschreef ik hoe ik aan alle verwachtingen kon voldoen. Afgelopen maandag was dan de test: het college. Wat mij opviel was dat de studenten het leuk vonden om interactief bezig te zijn, ook al was dit erg individueel zonder enige samenwerking met andere studenten omdat de studenten via Socrative op hun smartphone stellingen moesten beantwoorden. Op basis van hun gegeven mening werden zij ingedeeld bij een bepaalde stelling om hierover te discussiëren. De discussie zou gevoerd worden door middel van de werkvorm ‘De Vissenkom’ . Hierbij nemen er telkens acht studenten in het midden van de kring plaats, zij praten over de stelling. Terwijl de andere studenten in de buitenste kring op tafel zitten en de discussie volgen. Tussen Socrative en de discussie werd een uitzending getoond waarin de ontwikkelingen van journalistiek en de gevolgen van burgerjournalistiek voorkwamen. Dit moest de studenten handvaten geven tijdens de discussie.
Na afloop van het college reageerden de studenten met opmerkingen als:

“Ik vond de discussievorm erg leuk, omdat je werd aangezet om actief mee te doen met de discussie.”

“Het is interessant dat je bij mensen wordt ingedeeld die (letterlijk) tegenover mensen met een andere mening zitten.”

“De discussie werd goed geleid, waarbij iedereen de kans kreeg om wat te zeggen en er werden relevante vragen gesteld.”

Daarnaast werd ook de kritische vraag gesteld waarom er werd gekozen om de hele uitzending te laten zien. Hierover hebben wij van te voren nagedacht met het idee dat als het werd opgegeven als voorbereiding dat veel studenten het dan niet zouden kijken. Nu waren ze verplicht om het tijdens de les te volgen. Op deze manier waren wij er zeker van dat iedereen dezelfde basisinformatie heeft. Toch hadden wij er voor kunnen kiezen om fragmenten te laten zien, omdat een half uur toch iets te lang was. Maar dat konden wij pas achteraf aangeven.

De studenten knikten instemmend om mijn laatste slotvraag: “Gaan jullie met een tevreden gevoel naar huis?” Weliswaar bood dit weinig ruimte tot uiting van kritiek – maar die ruimte had ik van te voren al gegeven tijdens het evalueren –. Aan de gezichten kon ik zien dat iedereen met een glimlach naar huis ging en dat bepaalde dat het college voor mij geslaagd was. Voldoen aan de verwachtingen is na dit college aan mijn lijstje om onderwijs 3.0 te laten slagen toegevoegd.

“De voorbereidingen…”

In mijn blog ‘Waar gaat het fout?’ omschrijf ik waarom het belangrijk is om te voldoen aan de verwachtingen van je studenten. Hierdoor voelen studenten zich betrokken bij het college en leren zij iets wat zij interessant vinden of graag zouden willen weten hoe het zit. Voor mij zou onderwijs 3.0 wellicht kunnen slagen als er daadwerkelijk naar die verwachtingen werd gekeken, omdat het gevaar zou zijn dat dit type onderwijs anders te zweverig en enkel als tijdvullend gezien zou gaan worden.

Voor het vak Mediawijsheid zijn studenten verplicht om een college voor te bereiden en te verzorgen van anderhalf uur aan hun medestudenten. De studenten mochten zelf een onderwerp kiezen en zouden de colleges in groepen geven. Ik wilde voorafgaand aan het college de verwachtingen van de medestudenten analyseren om te kijken of ik aan hun verwachtingen voldoe en om in mijn tweede blog hierop te reflecteren. Was het een geslaagd 3.0 college? Klopt het dat studenten met een tevreden gevoel naar huis gingen omdat er voldaan werd aan hun verwachtingen?

Aan het begin van de cursus hebben de studenten in een Dropboxdocument hun verwachtingen per college geformuleerd. Wat wilden zij leren? Deze verwachtingen heb ik ondergebracht in een aantal categorieën:

Verwachting Studentnaam
Begripsverheldering Elke Boertiens
Sanne Brugman
Danielle Hendriks
Juultje Kox
Mijndert Rodolf
Marjolein Siebelink
Lonneke Snijders
Lisanne Vogelezang
Wat is de invloed van journalistiek? Celine Frohn
Mascha Heesakkers
Jonneke Moret
Helen Kiggen
Ik-perspectief (Hoe reageer ik op journalistiek?) Nicoline Paquaij
Hoe zit het met de betrouwbaarheid van burgerjournalistiek? Danielle Peters
Helen Kiggen
Marjolein Siebelink
Wout Spierts
Julia Telchuijs
Welke veranderingen brengt burgerjournalistiek met zich mee? Andel Steendam
Edward van Woensel
Inspiratie krijgen van het college Josien Tijssens
Ethische kant van burgerjournalistiek Teun Vugts

* Helaas hebben niet alle studenten hun verwachtingen ingevuld, waardoor ik deze niet mee heb kunnen nemen in mijn analyse.

Vervolgens ben ik gaan kijken of mijn groep aan deze verwachtingen kon voldoen door onze voorbereiding te gaan bekijken. Een groot aantal studenten focust zich vooral op het gebied van kennis verwerven. Zij omschrijven dat zij nog geen idee hebben wat burgerjournalistiek inhoud en willen hierbij een definitie kunnen formuleren. Onze groep heeft literatuur opgezocht dat burgerjournalistiek, ofwel participerende journalistiek uitlegt. Met behulp van de literatuur zouden de studenten dit leerdoel moeten kunnen behalen. Daarnaast zullen we in het college de definitie formuleren met de klas om zo voor iedereen helder te hebben waarover burgerjournalistiek gaat. Met behulp van Socrative willen wij stellingen voorleggen aan de studenten die gaan over burgerjournalistiek, hoe zijzelf hierop reageren en uiteindelijk willen we vooral de gevolgen van burgerjournalistiek en de ethische kant die burgerjournalistiek raakt benaderen. Hierdoor kan ik al veel verwachtingen afvinken als zijnde ‘wordt behandeld’. Tot slot willen we een actieve discussie gaan voeren waarbij de studenten individueel aan het woord zijn. Hierbij moet duidelijk worden wat de invloed van burgerjournalistiek is en waar de grens ligt tussen privacy en publiek domein. Met dit laatste willen we studenten vooral bewust maken van wat de impact kan zijn en wij willen hen laten nadenken over waar de grens ligt. Hiermee hoop ik dat we een interessant punt raken zodat het college wellicht inspiratievol is voor Josien Tijssens.

 

Bronnen
– Blog geschreven op 6 maart 2014 door dr. H. van Driel, docent op Tilburg University. http://hvdriel.com/2014/03/06/het-college-ging-behoorlijk-fout/
– Academische blog geschreven op 17 februari 2014 door L. van Dongen. https://lvandongenblog.wordpress.com/2014/02/17/waar-gaat-het-fout/

 

Loesje onderwijs

 

Waar gaat het fout?

Het idee van dr. H. van Driel om samen met zijn studenten te streven naar 3.0 onderwijs is een mooi ideaal. Maar volgens mij kan het niet de bedoeling zijn om na het college het idee te hebben niets te hebben bijgeleerd en te concluderen dat voor mij mijn voorbereiding het enige moment van ‘verlichting’ was.
Ik wil graag analyseren aan de hand van de blog van mijn docent wat er nu precies misging afgelopen maandag. Ik hoop op deze manier dichterbij de oplossing te komen over hoe je onderwijs 3.0 moet aanbieden.

Wat is 3.0 onderwijs?
In zijn eigen blog spreekt dr. H. van Driel over onderwijs 3.0 waarbij de studenten zelf hun input voor het college bepalen. Dit houdt in dat de docent niet mag doen aan informatieoverdracht waarbij de werkvorm vaak eenzijdig is: De docent praat en de leerlingen maken aantekeningen. Tegenwoordig verstaan wij een hoorcollege onder deze definitie. Onderwijs 3.0 moet lijnrecht tegenover dat hoorcollege staan. De studenten formuleren zelf leerdoelen, generen zelf informatie voorafgaand aan het college en typen hun verwachting uit in Dropbox. Uiteindelijk bepalen de studenten zelf hun cijfer door een betoog te houden (op een creatieve manier!) waar later door de docent het cijfer wordt goedgekeurd of afgekeurd.[1] Om zelf nog een belangrijke aanvulling te doen ben ik van mening dat 3.0 onderwijs vooral participerend onderwijs moet zijn. Dat wil zeggen dat elke student hieraan mee moet kunnen doen om actief deel te nemen aan het college. Prima om hiermee te experimenteren en dus kregen alle studenten de opdracht om in groepsverband een college volgens onderwijs 3.0 te verzorgen.

Is dit de bedoeling?
Maandag werd het eerste college volgens onderwijs 3.0 gegeven. Voorafgaand aan het college moesten alle studenten een tekst lezen. Voordat het college begon had ik hierbij al vraagtekens over de literatuur en de opdracht die werd opgegeven. Helaas was er geen ruimte om hierover te spreken. Waardoor ik voor mijn gevoel niet de informatie had om de opdracht tijdens het college te volgen. De discussie die los moest barsten bleef oppervlakkig. Dit kwam vooral omdat er voor veel studenten geen heldere definitie van bepaalde begrippen werden vastgesteld. Hierdoor werden er veel meningen door elkaar verkondigd en nauwelijks aan elkaar verbonden, waardoor het zelfs warrig werd. De kwaliteit van het onderwijs ging hiermee verloren. Het waren dezelfde studenten die aan bod kwamen en hun mening vertelden, maar echt actief vond ik de werkvorm niet. Terwijl dit volgens mij door de studenten die het college verzorgden wel een belangrijke doelstelling was? Waarom worden mensen die niet meteen hun hand opsteken dan niet uitgedaagd om mee te doen? Dit kun je bijvoorbeeld doen door mensen aan te wijzen en hen uit te nodigen om deel te nemen aan het gesprek. Of er had gekozen kunnen worden om het panel dat voorin de klas zat af te wisselen met andere studenten uit het publiek.
Tot slot werd er nog gevraagd om een evaluatie. Lichte kritiek kwam vanuit het publiek, maar wederom werd niet iedereen uitgedaagd om hieraan deel te nemen. Zelfs werden enkele vingers vergeten/overgeslagen.

Hoe nu verder?
Het probleem komt voort omdat er niet voldaan is aan de verwachtingen van de studenten. Ook aan mijn eigen verwachting is niet voldaan – Anders ging ik wel met een ander gevoel naar huis. – Ik was ook benieuwd naar de verwachting en doelstellingen van de studenten die het college moesten verzorgen. Wat hadden zij willen bereiken? Hier kon ik gedurende het gehele college naar gissen, zodat er geen helderheid bestond over wat we gingen doen en in welke lijn we dit college gingen voortzetten. Het is kennelijk belangrijk dat er in ieder geval wordt geprobeerd om aan die verwachting te voldoen, anders bestaat er de kans dat er studenten zijn die niet meer willen deelnemen aan het college. Een tip voor de aankomende studenten: onderwijs 3.0 kan verhelderend werken en het is niet onderwijs 1.0 om en duidelijke structuur aan te bieden aan je studenten.
Daarnaast zie ik ook nog een belangrijk aandachtspunt om studenten uit te dagen om deel te nemen aan het college. Er zit een grote groep studenten dus dat is ook een uitdaging voor de studenten die het college verzorgen. Houd je ogen open en betrek mensen bij je college. Dit kun je op verschillende manieren doen. Tips die gegeven worden om studenten actief bij de les te betrekken zijn omschreven in de volgende didactische literatuur:

– Titus Geerligs & Tjipke van der Veen (2009). Lesgeven en zelfstandig leren. Van Gorcum, p. 137-149
– Tijl Koenderink (2012). De 7 uitdagingen. Een praktisch handboek voor leerkrachten in het bo en vo. p. 30-51
– Piet Hoogeveen & Jos Winkels (2011). Het didactisch werkvormenboek. p. 64-89

In het begin sprak ik over de verschillende taken die de studenten hebben bij onderwijs 3.0:
– Het formuleren van eigen leerdoelen
– Informatie generen voorafgaand aan het college
– Het beschrijven van een verwachting bij de aankomende colleges
– Het evalueren van zijn of haar eigen proces en dit te beoordelen met een cijfer

Na vandaag hoop ik dat er op een andere manier gestreefd gaat worden naar 3.0 onderwijs waarbij er meer rekening wordt gehouden met het verwachtingspatroon van studenten. Er mag kennisoverdracht plaatsvinden als er onduidelijkheid bestaat over bijvoorbeeld definities. Bovendien ben ik van mening dat er op meerdere manieren aan kennisoverdracht kan worden gedaan zonder dat daarbij de docent eentonig aan het woord is. Activerende werkvormen zoals een spelvorm, discussie (mits het goed geleid wordt) of een rollenspel kunnen zorgen voor kennisoverdacht en werken daarnaast ook aan het ontwikkelen van inzicht van studenten (zelf voorbeelden bedenken of casussen aandragen), vaardigheden van studenten (spreekvaardigheid, inlevingsvermogen), de houding van studenten (kritisch, empatisch) . Deze vier aspecten van leren dragen bij aan de ontwikkeling van een leerling en zijn leerproces. Deze vier aspecten worden beschreven op de Fontys Lerarenopleiding.[2]

Vier aspecten van leren
Figuur 1: Vier aspecten van leren

Ten derde mag er wat mij betreft meer gereflecteerd worden op de colleges. Dit kan klassikaal maar wellicht heeft iedereen er meer aan als alle individuen hun eigen ideeën opschrijven. Hoe meer zielen, hoe meer gedachten, hoe beter de docent straks in staat is om te evalueren. Als er anoniem een evaluatieformulier ingevuld kan worden, zal de docent (of student die het college verzorgd) de meest eerlijke feedback generen. Ook kan de docent dan een goede afweging maken tussen welke mening meerdere malen voorkomt en waar ook daadwerkelijk iets mee gedaan moet worden en welke slechts een individuele mening betoogt en een minder groot probleem lijkt te zijn. Wellicht kunnen wij allemaal, want dat is iets wat 3.0 onderwijs moet zijn, wij allen, participerend in 3.0 onderwijs bepalen hoe dat soort onderwijs er ook werkelijk uit moet komen te zien.


[2] Figuur 1 komt uit moduulschets van Vakdidactiek 2 van de Fontys Lerarenopleiding. (Vakgebied: Geschiedenis) 2011

Bronnen:
– Blog van dr. H. van Driel (Docent aan UVT) geschreven op 17-2-2014 http://hvdriel.com/2014/02/17/laat-ik-studenten-colleges-verzorgen/
– Geerligs, T., Van der Veen, T. (2009). Lesgeven en zelfstandig leren. Van Gorcum, p. 137-149
– Koenderink, T. (2012). De 7 uitdagingen. Een praktisch handboek voor leerkrachten in het bo en vo. p. 30-51
– Hoogeveen, P., Winkels J. (2011). Het didactisch werkvormenboek. p. 64-89

I know what you did last night..

Dat Facebook en YouTube data opslaan en je vervolgens bestoken met banners en reclames die volgens hen aansluiten bij jou interesses weten we onderhand nu wel. Dat je moet oppassen met berichten die je verstuurt via Wifi van het bedrijf waar je werkt, omdat je bazen selectief meekijken is iets om rekening mee te houden. Dat via iCloud en Dropbox je bestanden minder veilig opgeslagen zijn dat op je eigen computer hadden we kunnen verwachten. Dat onze minister-president wordt afgeluisterd door Amerika hadden we kunnen voorspellen. Maar de afgelopen maand bracht de media een groot schandaal naar buiten: Hackers kunnen meekijken via een webcam of camera in verschillende apparaten. Vooral voor studenten op studentenkamers is dit opletten geblazen!

blog 2

Vorige week werd een 18-jarige Rotterdammer voor de rechter gesleept omdat hij op duizenden computers software had geïnstalleerd en zo zijn slachtoffers ongezien kon bespieden via de webcam.¹ Op de computer van de hacker werden meerdere video’s van tieners in seksuele poses aangetroffen. Deze cybercrime wordt ook wel ratting genoemd, naar de software die hackers hiervoor gebruiken (RAT: Remote Administration Tool).²

Zeker voor studenten die op zichzelf wonen is dit gevaarlijk. Zij leven vaak in een (kleine) kamer, waar ook vaak een laptop in te vinden is. Veel laptops hebben een webcam die door de software RAT ook aangezet kunnen worden zonder dat de eigenaar van de laptop het merkt. Een lampje dat normaal aangaat als je webcam aanstaat om te kunnen Skypen wordt door de RAT uitgeschakeld. En je moet je voorstellen dat je dat je je dan net staat om te kleden om naar bed te gaan en je vervolgens een week later op YouTube ziet staan. Tja, probeer dat filmpje er dan maar eens af te krijgen of te achterhalen wie dit erop heeft gezet. Rachel Hyndman, een twintig jarige studente overkwam dit zelfs toen zij een DVD aan het kijken was in bad. De BBC zegt zelfs in een artikel dat er een website bestaat waar je voor 1 dollar een webcam van een vrouw kunt kopen om vervolgens mee te kijken. Hoewel sommige hackers deze software gebruiken als voor de lol, is dit allemaal strafbaar omdat het een enorme inbreuk op de privacy.

ZBros Productions maakte een korte film ‘Someone’s watching’ die volledig is gefilmd door een computerwebcam.³ Zo ziet het er dus uit als hackers met je meekijken. De film laat zien hoe er misbruik gemaakt kan worden van de digitale technologie en de effecten die het op ons kan hebben. Persoonlijk schrok ik erg van de film, omdat mensen tegenwoordig niet meer stil staan wanneer en waar zij hun computer gebruiken. Dit geldt trouwens ook voor smartphones want die bevatten vaak twee camera’s (één voorop de telefoon en de ander aan de achterkant) die ook gehackt kunnen worden. De film zou zelf het gevoel op kunnen wekken dat je jezelf continu bekeken voelt.

Ben je er dus van bewust dat er met je meegekeken kan worden. Ben je nerveus geworden van deze blog? Hieronder een aantal tips ervoor te zorgen dat er niemand ‘meekijkt’:

– Installeer een goede virusscanner en malwarescanner en maak er een gewoonte van om regelmatig een volledige scan uit te voeren.
– Gebruik je je laptop niet? Trek dan de stekker eruit, hiermee ben je zeker van dat je niet bekeken kunt worden.
– Doe geen dingen die je ook niet in het bij zijn van anderen zou doen.
– Ben ervan bewust waar er camera’s te vinden zijn in de apparaten die je gebruikt, zoals op je  smartphone of laptop. Draai de webcam bijvoorbeeld weg of plak ze af.
– In Amerika kun je zelfs een professionele ‘webcamcover’ kopen die je webcam afdekken.

Zie je op internet toch een filmpje of afbeeldingen die niet door jou zijn geupload? Doe dan onmiddellijk aangifte bij de politie.⁴

Bronnen
¹ Gevonden op het WWW op maandag 3 februari 2014:
https://www.bright.nl/webcam-afplakken-justitie-advies-webcams-plakband

² Gevonden op het WWW op maandag 3 februari 2014:
http://www.huffingtonpost.co.uk/2013/06/20/webcam-hacking-rat_n_3470545.html

³ Gevonden op het WWW op dinsdag 4 februari 2014:
http://www.froot.nl/posttype/froot/video/zo-ziet-het-eruit-als-iemand-je-webcam-hackt/

⁴ Gevonden op het WWW op dinsdag 4 februari 2014:
http://pc-en-internet.infonu.nl/tips-en-tricks/126138-vijf-simpele-tips-om-je-webcam-te-beveiligen-tegen-hackers.html

Leider van je eigen leerproces

Na enkele weken van stressen, nauwelijks slapen en studeren voor de tentamens was het tijd voor het nieuwe semester. Een nieuw semester betekent een nieuw rooster en een kennismaking met (nieuwe) docenten en nieuwe vakken. Zo maakte ik afgelopen maandag kennis met het vak Mediawijsheid, dat op de universiteit van Tilburg gegeven wordt door dr. Hans van Driel.
                Het vak Mediawijsheid is alles behalve standaard: bij dit vak worden – zoals Van Driel dat presenteerde – studenten zelf leider van hun eigen leerproces. Dat je jouw eigen leerproces zelf samen moest stellen werd al meteen duidelijk bij de eerste opdracht waarbij enkele leerdoelen waren opengelaten en door de student individueel moest worden ingevuld. Maar waarom zou de docent kiezen om de student verantwoordelijk te maken voor zijn of haar eigen leerproces? Is het voor de student niet ontzettend makkelijk om ‘makkelijke’ haalbare leerdoelen voor zichzelf op te stellen? En wordt de student hier niet ontzettend lui van? Kortom: Wat is het nut van het leiden van je eigen leerproces?

Leerlingen en studenten gaan naar school om te leren. Ze leren er vakkennis, hoe je problemen analyseert of hoe je hockey speelt. Maar een eenzijdige stroom van kennisoverdracht leidt niet tot studenten met een grote kennisbeheersing. Om kennis te leren, begrijpen en deze kennis voor lange termijn te onthouden is er meer nodig dan alleen kennisoverdracht. Zelfstandig leren is een manier om de studenten deze kennis te laten ontdekken, onthouden, begrijpen, kritisch te bekijken en zelfs aan te vullen. Deze werkvorm wordt in het voortgezet onderwijs vaak ‘ontdekkend leren’ genoemd (Geerligs & Tjipke, 2009). Ontdekkend leren is een werkvorm waarbij studenten zelf doelen mogen formuleren om zo elk een eigen traject af te leggen. Er is dus oog voor de student elk als individu en de docent kan hierop die diversiteit inspelen. Daarnaast is er geen sprake van eenzijdige kennisoverdracht, maar studenten moeten de stof eigen maken om het te leren begrijpen. Zij moeten op hun eigen manier hun concreet geformuleerde leerdoelen zien te behalen. De docent begeleidt de studenten en controleert hen. Ontdekkend leren sluit daarmee perfect aan op de taxonomie van Bloom, waarin hij verschillende kennisniveaus onderscheid van elkaar, waarbij elke stap een beheersing van de vorige stap betekent. Door ontdekkend te leren zouden studenten een hoger kennisniveau bereiken.

Taxonomie Bloom

Ontdekkend leren helpt studenten hun eigen sterke en zwakke punten te leren kennen. Ze leren ook dingen af. De uitdrukking: ‘Men kan een paard naar de waterpunt leiden, maar het niet dwingen tot drinken’, sluit goed aan op deze werkvorm. Leren moet je nu eenmaal zelf doen. Studenten zullen na hun opleiding eenmaal grotendeels zelfstandig hun kennis moeten bijspijkeren. Hierom is het noodzakelijk om leerlingen op school aan te zetten tot actief en zelfstandig leren.

Alles over ontdekkend leren nog op een rijtje:
– Studenten bepalen hun eigen leerproces door zelf concrete doelen op te stellen. De docent begeleidt de studenten en controleert hen.
– Door het opstellen van je eigen leerdoelen is de student zelf verantwoordelijk voor de ontwikkeling van zijn of  haar eigen leerproces en kan de student zelf op zoek naar een uitdaging die per individu anders kan zijn.
– Studenten nemen actief de situatie in eigen hand. Zij nemen initiatief.
– De activiteit hoeft niet voor alle studenten hetzelfde te zijn. Hierdoor is de mogelijk om zich individueel te ontwikkelen, wat voor elke student een uitdaging is omdat er ruimte is voor de omgang met diversiteit binnen het algemene leerproces.

2014-01-28 14.44.37
Een student is geen vat waar je kennis in kunt gieten.

Literatuurbronnen
– Geerligs, T. & Van der Veen, T (2009). Lesgeven en zelfstandig leren. Van Gorcum, p. 157-164
– Van Eijkeren, M(2012). Pedagogisch-didactisch begeleiden. Kennisbasis voor de startende leraar. ThiemeMeulenhoff. p. 157-165 en p. 213-215
– Gevonden op het WWW op dinsdag 28-1-2014: http://www.histotheek.nl/index.php?option=com_content&view=article&id=1669:taxonomie-van-bloom&catid=90:didactiek&Itemid=145

Is de werkelijkheid af te beelden?

Elk mechanisch geproduceerd beeld bezit een hoge mate van geloofwaardigheid. We vertrouwen erop dat het beeld zoals het is weergegeven zich ooit op diezelfde manier heeft afgebeeld voor de camera. Elk beeld lijkt bewijs te geven voor wat er is gebeurd; het heeft geloofwaardigheid. Maar is de werkelijkheid wel af te beelden? Dat is het hoofdthema van de fotograaf Philip-Lorca diCorcia.

Fotografie als werkelijkheid
Philip-Lorca diCorcia is geboren in het jaar 1953 in Hartford en ging later in New-York wonen en werken als fotograaf. In de jaren zeventig begon hij aan zijn eerste werken en zijn laatste werken zijn van 2013. DiCorcia fotografeerde veel op straat zoals in New York, Mexicocity, Rome en Tokyo. Vaak heb je bij hem het idee dat degene die gefotografeerd is niet het idee heeft dat hij werd gefotografeerd, zoals bij de serie ‘Heads’ die hij heeft gemaakt. DiCorcia hield van het onbewuste. Van hier uit zouden mensen ‘mooier’ en vooral echter op de foto staan. Hij legde hiervoor zich allerlei regels op. Zo mocht hij geen informatie krijgen van het model. Hij mocht geen namen weten of oogcontact zoeken met de persoon. Als hij tijdens één van zijn sessie op straat werd aangesproken terwijl hij aan het fotograferen was, moest hij zich redden met een smoes. Hij was vooral fan van het kunstlicht, dat hij inzette om de dramatiek van het beeld te vergroten. Op subtiele wijze maakt de fotograaf ons tot deelnemer. Het zijn onze verhalen die bepalen welke betekenis de wereld heeft. DiCorcia is geen fotograaf die duizenden foto’s per jaar maakt, sterker nog zijn productie ligt enorm laag: hij maakt zo’n twaalf beelden per jaar. Elke foto is helemaal tot in detail uitgedacht. Hij maakt een script voor een bepaalde scène om zo de bedachte compositie perfect weer te kunnen geven. Zelfs de exacte werking van het licht en schaduw is wel overwogen.


Philip-Lorca diCorcia met de serie ‘Heads’ (2000)

Het werkelijke beeld, of toch niet?
De foto die ik heb gekozen die duidelijk moet maken wat de relatie is tussen beeld en werkelijkheid, is een simulatiebeeld, want het beeld is bewerkt – hoe, dat weet de kijker niet precies – maar we kunnen het wel weten. Philip-Lorca diCorcia wilde met deze serie foto’s de kijker bewust maken van dat fotografie niet de werkelijkheid weer hoeft te geven. De kijker zou volgens hem altijd kritisch moeten kijken en zijn kennis over de wereld gebruiken om het beeld te kunnen plaatsen. Dat geldt ook voor de onderstaande foto’s van diCorcia. De linker foto geeft een man weer die in een kleine ruimte staat, of is het juist dat de man erg groot is voor de ruimte? Het is in ieder geval duidelijk dat de fotograaf speelt met de ‘werkelijke’ afmetingen om de kijker zich dus bewust te maken van de werkelijkheid. Hetzelfde is het geval bij de rechterfoto, waarbij diCorcia een landschap met huis heeft gefotografeerd. Het geeft misschien wel een realistisch landschap weer, maar doordat de foto negentig graden is gedraaid wilt de fotograaf ook duidelijk maken dat je niet zomaar ervan uit moet gaan dat dit de waarheid is. Een kijker kan hier achter komen door zijn cognitieve kennis te activeren.
Beide foto’s bestaat uit materiaal die niet alleen in de werkelijkheid voor de camera heeft plaats gevonden. Hiermee verliest het fotografische beeld zijn essentiële kenmerk: de zekerheid van de kijker dat er een live-gebeuren heeft plaatsgevonden voor de camera. De kijker moet dus beter zijn best doen zijn kennis van de wereld paraat te hebben om de authenticiteit van het beeld vast te stellen.

Philip-Lorca diCorcia Philip-Lorca diCorcia2


Philip-Lorca di Corcia is tot 19 januari 2014 te zien in het museum De Pont in Tilburg.


Geraadpleegde bronnen

Gevonden op het WWW op 7 november 2013:
http://cultuurgids.avro.nl/front/detailkunst.html?item=8305693

Gevonden op het WWW op 11 november 2013:
http://blindspot.nu/2011/07/19/philip-lorca-dicorcia/

Gevonden op het WWW op 11 november 2013:
http://www.artupdate.nl/philip-lorca-dicorcia-in-de-pont/

Het gruwelijke lot

Voor de invulling van de vrije opdracht bij Beeldcultuur heb ik gekozen om interviews te houden waarbij ik verschillende personen vraag naar hun interpretatie van kunstwerken waar een historische context aan verbonden is. Deze kunstwerken zijn bijvoorbeeld monumenten of werken waarbij een historische gebeurtenis wordt afgebeeld. Één van de kunstwerken die ik heb gekozen is Guernica.

Het gruwelijke lot van Guernica
In 1937 werd het Spaanse plaatsje Guernica getroffen door een bombardement van nazi’s die werden gesteund door de Spaanse fascisten. Het plaatsje was willekeurig uitgekozen als doelwit om de bommen te testen. Het werd met de grond gelijk gemaakt. Pablo Picasso kon zijn woede en verontwaardiging niet onderdrukken en maakte het schilderij Guernica ter nagedachtenis aan deze onmenselijke en misdadige gruweldaad. Dit kunstwerk wordt zijn grootste en meest ambitieuze werk genoemd vanwege de afmetingen (3,5×7,8 m) en is te bewonderen in Museo Nation Centro de Arte Reina Sofia, Madrid.
“Picasso wilde alle verfijnde en complexe technieken van de moderne kunst gebruiken om deze genadeloze slachtpartij van weerloze vluchtelingen en ongewapende burgers af te beelden. De symbolen die hij gebruikte zijn vandaag de dag nog voor iedereen begrijpelijk.” (Honour & Fleming, 2013, p. 831) Het stervende paard staat hier symbool voor de angst en onschuldige burgers van het bombardement. De wanhopige vrouwenkoppen en gruwelijke wangedrochten van verminkte armen moeten het gevoel van deze gruwelijke gebeurtenis overdragen. Zijn doel was de nadruk te leggen op het gevoel van de mensen tijdens het bombardement en lag dus niet op het realistische aspect. Vandaar zijn keuze voor het gebruik van abstractie figuren. Ook koos Picasso voor de kleuren grijs en zwart vanwege de soberheid. Dit moest op zijn beurt ook bijdrage aan het gevoel. De bewegingscompositie geeft een dynamische houding van de figuren weer, zij lijken zich te bewegen. Wellicht probeerden zij nog een laatste poging tot vluchten te voltooien. De stijl van dit schilderij lijkt verwant te zijn aan het kubisme vanwege het gebruik van geometrische vormen. Maar kunstkenners omschrijven de stijl van het schilderij vooral als expressief: het overdragen een emotie.

Guernica                                     (Picasso maakte in 1937 Guernica) klik op de afbeelding voor een vergroting.

Wilde interpretaties
In de interviews kom ik vooral de wilde vorm van interpretaties tegen. Dat wil zeggen; veel van de ondervraagde personen gaven zelf betekenis aan het kunstwerk, zonder de betekenis van de kunstenaar erbij te betrekken. Hierbij heb ik de volgende interpretaties ontvangen: “Ik zie mensen geschrokken op de grond liggen. Ik denk dat ze dood zijn. Het schilderij zou ik abstract noemen, omdat er allerlei figuren door elkaar noemen. De dingen op het schilderij lijken ridderachtertig. Ik zie bijvoorbeeld een harnas, ridderlaarzen en zwaarden, maar het is in ieder geval niet in de Middeleeuwen gemaakt. Volgens mij is het een vrij modern kunstwerk. Als ik vraag om een historische gebeurtenis te noemen waarover het schilderij gaat antwoordt zij: “Het overmeesteren van een volk.” De interpretatie van iemand anders luidde als volgt: “Ik denk dat er iemand bang is voor geesten. Het lijkt alsof er een soort spook/geest de kamer in vliegt en daar allerlei personen van schikken. Het schilderij straalt de emotie angst uit.”
Door middel van de ‘wilde bevragingen’ kun je een eind komen met je interpretatie. Echter blijkt uit deze twee interpretaties dat zij het antwoord in de verkeerde hoek zoeken, want Picasso heeft een heel ander doel voor ogen gehad. Echter werpen deze interpretaties wel nieuw licht op het kunstwerk. Toch ben ik van mening dat men voorzichtig moet zijn met deze wilde bevragingen en altijd literatuur moet raadplegen indien dat mogelijk is.

Eigen interpretatie op het kunstwerk Guernica
Als ik naar het schilderij kijk werkt het bij mij de emotie angst op. Het lijkt alsof de mensen en dieren vluchten voor een gevaar. Voor sommigen is het al te laat en zij sterven. Zo heeft een moeder haar overleden kind in haar armen (links) en is rechts iemand getroffen door het gevaar en is ook gewond. Wat het gevaar precies is, is niet duidelijk op dit schilderij doordat het gevaar niet is afgebeeld. Hier zou Picasso mee willen uitdrukken dat het voor de burgers op dat moment ook niet duidelijk was wie de vijand was. Het bombardement kwam als een verrassing, dus de burgers zouden op dat ogenblik misschien niet weten wie het bombardement uitvoerde. Waarom Picasso allerlei figuren gebruikte en door elkaar heen schilderde, zou ik antwoorden dat hij dit deed om de verwarring weer te geven. Tijdens zo’n bombardement breekt er paniek uit, waardoor er verwarring ontstaat: Huizen worden vernield, mensen raken elkaar kwijt, dieren raken op de vlucht.
Ik vind het mooi dat de schilder enkel donkere kleuren en wit heeft gebruikt. Hierdoor heeft het schilderij een sombere uitstraling, waardoor het doel van Picasso – het overdragen van het gevoel dat de burgers hadden tijdens het bombardement – goed belicht wordt. Het kunstwerk spreekt mij om deze reden ook juist aan, omdat er zoveel emotie in het werk getoond wordt.

Tot slot nog een impressie van het kunstwerk. (te bekijken vanaf 2:01)

Geraadpleegde literatuur
(Honour & Felming, 2013, p. 831-835)

Countdown

Nog 313 dagen tot aan corso! Het mooiste evenement van het jaar. Voor mijn syntagmatische analyse heb ik een fragment uitgekozen dat het bouwproces (en dit geval met name het trainingsproces) rondom een corsowagen laat zien. Bekijk hiervoor het volgende fragment:

In het bovenstaande filmfragment is geen concreet sujet te construeren waarin personages centraal staan. Je zou kunnen zeggen dat de wagen het hoofdonderwerp is van het fragment. Toch construeert jouw hersenen een fabel en sujet. Dat komt omdat er narratieve elementen in het fragment te ontdekken. Er wordt zelfs gesuggereerd dat het filmfragment een verhaal verteld door de tekst “Dit is het verhaal van..” Hierdoor construeer jezelf in je hoofd een verhaallijn. Enkele narratieve elementen die in het fragment verwerkt zitten is de aanbreng van chronologie in het fragment. “Het verhaal” begint bij het ontwerpen van een maquette, hierna volgen de trainingen voor de figuranten en daarna volgt de dag van de optocht. Dit laatste wordt zelfs aangekondigd met “Corsozondag” als titel in beeld. Om de theorie van Bordwell uit het colleges erbij te betrekken zou ik daarom dit fragment typeren als een fragment met een klassieke vertelwijze, omdat de fabel hierin centraal staat. Echter spreekt Bordwell van een aantal kenmerken die bij deze klassieke vertelwijze horen die ik niet altijd terug vond in het fragment.

De theorie van Bordwell
Bordwell spreekt over de expositie, waarin de plaats, tijd en personages die een rol zullen gaan spelen worden geïntroduceerd. Na de expositie volgt het plotpoint 1. Hierin wordt het begin van het verhaal beëindigd door een conflict te introduceren waarvoor een oplossing bevonden moet worden. Hiermee wordt het verhaal in gang gezet. Tijdens het verhaal komt men problemen tegen die het vinden naar een oplossing lastig maken. Hierna volgt het plotpoint 2 waarin de climax wordt aangekondigd. Vervolgens nadert de climax. En sluit de vertelling af met een afloop/einde.

Als ik het fragment bekijk kom ik tot de conclusie dat ik enkel de term ‘expositie’ kan plaatsen en kan uitleggen. Er wordt in het fragment namelijk wel een introductie gedaan van plaats, tijd en personages. Het jaartal (2012) wordt genoemd waarin de ontwerpers (Jos en Erwin) een wagen hebben bedacht voor buurtschap Veldstraat (de plaats).

Conclusie
De theorie van Bordwell is gemakkelijk te gebruiken om films in hokjes te kunnen plaatsen. Het plakken van labeltjes en termen leert je bewust te kijken naar een film. Door het te analyseren leer je gerichter te kijken en je te focussen op elk detail. Hierdoor kun je de film – en de boodschap die het met zich meedraagt – leren te achterhalen.
Echter ben ik van mening dat films van tegenwoordig niet zo gemakkelijk in hokjes te plaatsen zijn. Mensen worden beïnvloed door verschillende stromingen, culturen en individuen waardoor het mogelijk is om meerdere vertelwijze in één film te regisseren. In het fragment dat ik heb geanalyseerd ben ik ook tot de conclusie gekomen dat je niet altijd alle kenmerken van één bepaalde vertelwijze kunt benoemen. Het is daarom goed om na te denken of de theorie van Bordwell wel zo zwart-wit is of dat men (de nieuwe Bordwell) hier een nuance in kan aanbrengen of de theorie kan aanvullen. Wie meldt zich aan?

Literatuur
H. van Diel, Bordwell samenvatting (februari 1991) via Blackboard

De grappigste man ter wereld

Humor kan belangrijk zijn. Het kan je opbeuren als je verdrietig bent of het kan je laten huilen van het lachen. Het volgende fragment dat ik heb gekozen voor mijn paradigmatische analyse is afkomstig uit een komedieshow van de grappigste man ter wereld. Zijn naam is Eddie Izzard en maakt zich al een aantal jaren erg populair over de hele wereld als komiek, maar hij speelt ook in vele films. Graag kijk ik naar zijn shows, omdat hij humor baseert op historische gebeurtenissen, religie (zowel het christendom, Jodendom als de islam) en alledaagse bezigheden. Het volgende fragment gaat over het omgaan met machines en dan voornamelijk de omgang met computers. Voor mij is dit stukje erg grappig omdat ik hier veel van mijzelf en anderen in herken. Kijk en lach!

Pragadigmatische, filmisch analyse
Op het filmisch niveau valt als eerste op dat er gefilmd is in vier shots. Het gehele filmfragment is in kleur. Het wisselen van camerastandpunt komt alleen voor in de eerste 15 seconden van het fragment. Allereerst begint het fragment met een shot van achteruit de zaal. Eddie Izzard komt het podium op en vanuit het camerastandpunt zie je het publiek in de zaal zitten.  Na 6 seconden verandert het camerastandpunt en volgt er een shot van het publiek dat voor de komiek applaudisseert. Het derde shot lijkt vanuit de coulisse te komen, waarbij de camera de zijkant van Eddie Izzard in beeld brengt. Dit kan ook wel een zij-shot genoemd worden. Hierna volgt het mastershot waarbij Eddie Izzard begint aan zijn verhaal. Dit shot zal 6 minuten duren. Tijdens dit mastershot blijft het camerastandpunt hetzelfde, maar volgt de camera wel, met een vloeiende beweging, Eddie Izzard als hij van de ene kant naar de andere kant van het podium loopt. Af en toe wordt er op Eddie ingezoomd, waardoor de komiek gebruik kan maken van zijn mimiek om de grap te versterken voor de kijker.
Ook komen er in dit filmfragment geluiden voor. Deze geluiden zijn te definiëren in de stem van Eddie Izzard, die met een microfoon uitversterkt is. En de geluiden uit het publiek zoals gelach of geklap. Beide geluiden zou ik diëgetische geluiden noemen, omdat zij deel uitmaken van de ruimte waarin het verhaal zich afspeelt. Echter zou het nog kunnen dat het applaus van het publiek later is uitversterkt om mensen die bijvoorbeeld een DVD van deze show kopen te laten merken dat er op dat moment een grap is gemaakt.

Ante-filmische analyse
Het ante-filmisch aspect in dit fragment zou je de zaal en de stoelen kunnen noemen, omdat deze er ook zouden zijn als er op dat moment geen camera was geweest. Ook bij de ante-filmisch analyse hoort de kleding, de ruimte en het tijdstip. Deze zal ik punt voor punt bespreken.
De kleding en haardracht van Eddie Izzard is opvallend. Hij draagt vrouwelijke laarzen – dat beweert hij zelf in deze show – en hij draagt nauw aansluitende ketting met een hangertje eraan. Verder draagt hij een rood pak van een glimmende stof. Ook draagt hij make-up onder zijn ogen.
De ruimte lijkt een theater, waar het publiek op stoelen zit met hun gezicht gericht naar het podium. Het tijdstip is moeilijk te bepalen, omdat er wordt gebruik gemaakt van lichten, zoals een spot. Er is geen zonlicht te zien. Hierdoor kan ik niet bepalen op welk tijdstip (overdag of avond) dit gefilmd is.

Om de analyse van het door mijn gekozen filmfragment samen te vatten is er gebruik gemaakt van verschillende shots. Er zijn geen extradiëgetische geluiden in het filmfragment. En is de kledingstijl van Eddy Izzard opvallend. Verder heb ik ook de ante-filmische kenmerken besproken. Hiermee wil ik aangetoond hebben dat ik op de juiste manier de paradigmatische analyse kan toepassen door deze uit te voeren op een eigen gekozen voorbeeld.

“Meneer, mag ik wat vragen?”

In de colleges heb je het misschien al wel gemerkt, maar ik laat meestal niet iets van mezelf zien tijdens de colleges. Ik heb het altijd als prettig ervaren om niks te zeggen tijdens een hoorcollege en de docent aan het woord te laten. Ondertussen let ik op op wat de docent zegt en maak ik aantekeningen. Dit betekent niet dat ik niet actief ben tijdens het college of dat er geen kritische vragen in mijn hoofd opkomen. Integendeel, ik deel dit alleen liever niet met anderen omdat ik bang ben dat ze mij een betweter gaan vinden. Persoonlijk vind ik betweter de alle ergste soort studenten, maar dat komt vooral omdat ze de sfeer kunnen laten verdwijnen binnen een groep doordat zijzelf altijd maar constant aan het woord zijn.

Bekijk het onderstaande filmfragment tot 1:19 om een goed beeld te krijgen van hoe mijn beeld is van mensen die te vaak hun hand opsteken om hun mening te delen in een klaslokaal.

Het gevolg is dat ik het tegenovergestelde probeer te zijn: iemand die haar gedachten niet deelt met de docent of medestudenten – Wel na het college of in de pauze, maar niet tijdens het college zelf -.
Mijn leerdoel dat ik voor januari 2014 wil bereiken heb ik daarom als volgt geformuleerd:
‘Ik wil mijn aanwezigheid tonen door kritische of toelichtende vragen te stellen of waardevolle aanvullingen te doen tijdens de hoorcolleges.’
Dit wil ik meetbaar aantonen door heel ouderwets bij te houden hoe vaak ik mijn hand opsteekt tijdens het college. Van te voren heb ik bepaald wanneer ik mijn leerdoel heb behaald door te kijken naar de kwantiteit. 

Image

In totaal zijn er 13 colleges. De afgelopen colleges die geweest zijn, wil ik niet mee laten tellen omdat ik pas vanaf heden mijn leertraject heb moeten bijstellen vanwege dit bijkomende persoonlijke leerdoel. Ik hoop dat dit leerdoel mij verder ontwikkeld als een geparticipeerde, actief aanwezige studente en later op mijn werk ook de drempel wat lager maakt om op -of aanmerkingen te maken bij bijvoorbeeld collega’s.

Post Navigation